1920-1930 Diepe dalen en hoge pieken

Op 1 november 1920 werd een ledenvergadering gehouden ten huize van de heer C. Visser. Belangrijkste punt op de agenda was de slechte opkomst. De voorzitter stelde voor om de vereniging te laten rusten, maar hier was de beschermheer, de heer G.J. de Goede, fel op tegen. Op het voorstel om door te gaan was niemand tegen en er werd besloten om maandag 8 november de eerste repetitie te houden onder leiding van de heer J. Keersemaker. Deze nam tevens de leiding op zich voor de leerlingen.

Ontvangst feestcomité en juryleden bij de burgemeester voor het concours in 1925De leden komen op 21 maart 1921 wederom bij elkaar ten huize van de heer C. Visser. Het onderwerp is gelijk aan dat van de vorige ledenvergadering. De voorzitter stelde nog eens voor om de vereniging te laten rusten en dat werd deze keer met algemene stemmen goedgekeurd. Besloten werd dat ieder lid een stel hoorns mee naar huis zou nemen. Daarna werd gevraagd of de heer Keersemaker evengoed bereidwillig was om de leerlingen les te blijven geven.

De ‘opheffing’ van Ons Genoegen kwam op 21 mei van hetzelfde jaar alweer ter sprake. Tijdens de ledenvergadering moest namelijk worden besloten of een optreden verzorgd zou worden tijdens de kermis in augustus. De heer Bas Roemer sr. vroeg wat iedereen nou eigenlijk wilde. Als er in juli en augustus opgetreden moest worden, dan moest er ook gerepeteerd worden, zo niet dan zou hij zijn lidmaatschap opzeggen. En zo werd besloten om in juli weer met de repetities te beginnen en er zou geïnformeerd worden naar een nieuwe directeur of een advertentie geplaatst, want de heer Keersemaker zag af van zijn functie als directeur. Op de advertentie kwamen veel reacties, maar alle gegadigden waren te duur: tien gulden per avond.

Toen de kermis over was en de leden op 13 oktober 1921 wederom bijeen kwamen, werd het voorstel gedaan om de vereniging een jaar te laten rusten. Er was namelijk nog steeds geen directeur voor de vereniging gevonden. De leden besloten het een jaar aan te kijken en als er dan nog geen directeur gevonden was, zou ‘het zaakje’ verkocht worden. Tijdens de rondvraag kwam naar voren dat het wel jammer zou zijn als ook de leerlingen niet door zouden gaan. Daarom werd besloten de heer Barend Roemer te vragen om de leiding van de leerlingen op zich te nemen. Dat gebeurde inderdaad in november van dat jaar.

Ons Genoegen bleek gelukkig levenskrachtiger dan in de loop van 1921 verwacht mocht worden. In juli 1922 werd besloten om weer gezamenlijk te gaan repeteren onder leiding van de heer Barend Roemer. De kosten bedroegen per avond ƒ 3,50 en de contributie 15 cent per persoon. Ook werden de leerlingen aangenomen als leden van de vereniging. Tijdens de vergadering verdeelde de heer Barend Roemer de instrumenten onder de leden en er werd besloten om de repetitieavond zoveel mogelijk op maandag te houden. Het eerste optreden onder leiding van de nieuwe directeur vond plaats op 10 september 1922, op de Floralia. De Floralia zou een terugkerend onderdeel worden van de activiteitenlijst van Ons Genoegen.

Tijdens de algemene vergadering op 30 oktober 1922, werd besloten om na afloop van de repetitie potspelen te gaan spelen. Dit in verband met de nijpende financiële toestand van de vereniging. De opbrengst van deze potspelen zou naar de kas van Ons Genoegen gaan.

Tevens werd er besloten dat leerlingen ƒ 2,50 inleggeld moesten betalen. Als zij niet geschikt bleken, kregen zij ƒ 1,25 terug en had Ons Genoegen nog ƒ 1,25  voor de moeite.

Met algemene stemmen werd tijdens de algemene vergadering van 1924 besloten lid te worden van de West Friesche bond. In verband met het slechte kassaldo werd het onderhoud van de instrumenten uitgesteld. Een kwalijke zaak, omdat een muziekvereniging toch moeilijk op het onderhoud van instrumenten kan bezuinigen. Gelukkig stak de beschermheer de armlastige vereniging de helpende hand toe. Hij schonk de vereniging op 10 mei 1924 een nieuwe piston.

Het eerste concours onder leiding van de heer Barend Roemer vond plaats op 29 mei 1924, Hemelvaartsdag, in Hoogkarspel. Dit was het eerste concours waar Ons Genoegen aan deelnam. Op het concours haalde Ons Genoegen een eerste prijs met hoogste aantal punten, namelijk 159 ½ punten, in die afdeling. ’s Avonds werd er ook aan de erewedstrijden meegedaan. Over het hele weekend werd Ons Genoegen boven verwachting derde. Op 30 mei 1924 werd er op een bijeenkomst bij de Beschermheer besloten om de directeur een serenade te brengen en te huldigen vanwege het behaalde succes behaald.

Het gymnastiekfeest op 20 juli 1924 werd natuurlijk opgeluisterd met muziek. ’s Avonds volgde op het terrein van Café Visser een gratis openluchtconcert, wat heel veel publiek trok. Het publiek opperde de wens om dit vaker te doen, omdat fanfaremuziek buiten beter klinkt dan in de zaal. Op 3 augustus 1924 werd er een ‘s avonds een openlucht concert gegeven in Oosterleek, onder de kastanjebomen. Als verlichting had Ons Genoegen een “mooie illuminatie van lampions, wat in het groene geboomte een reuzen effect had.”

Het spelen in de open lucht zou een vervolg krijgen toen een onbekende ingezetene van Wijdenes Ons Genoegen een muziektent schonk. De burgemeester was de opdracht gegeven om namens de onbekende de muziektent als eigendom over te dragen aan het fanfarekorps Ons Genoegen.

Tijdens het bondsconcours te Oosthuizen, op 29 mei 1927, moest Ons Genoegen voor de tweede keer in de 1e afdeling uitkomen. “Nu Barend die kneep hem wel een beetje, vanwege de stemming der nieuwe instrumenten. Maar dat kwam heel best af.” Er werd een eerste prijs behaald en voor de stemming hadden ze nog meer punten als het vorige jaar met de oude hoorns. In de ere-wedstijd werd geen prijs behaald. Het daarop volgend jaar zou Ons Genoegen in de uitmuntendheid uitkomen. Op 28 augustus stapte Ons Genoegen weer in de bus en wel naar Beverwijk. Hier werd een tweede prijs behaald in de 1e afdeling. Na de eerstvolgende repetitie-avond kwam de burgemeester langs om een muziekkast te overhandigen. Daar kon de inmiddels fors groeiende hoeveelheid prijzen in bewaard worden.

Ons Genoegen bezocht heel wat concoursen en de prestaties waren zo goed dat het korps promoveerde van de 1e afdeling naar de afdeling uitmuntendheid. In 1929 promoveerde zij zelfs naar de ereafdeling. Onder leiding van de heer Roemer klom Ons Genoegen op van de 3e afdeling tot de ereafdeling.