1910-1920 De start is gemaakt

Ons Genoegen deelde een groot probleem met alle andere verenigingen van toen en nu: geld. Een fanfarekorps met instrumentarium kost nu eenmaal veel geld. Daarom werd tijdens de jaarvergadering van 5 oktober 1911 besloten om een jaarlijkse subsidie aan te vragen bij de gemeente van ƒ 50,-. Door het gebrek aan financiën werd ook besloten om het 12 ½ jarig jubileum in april 1912 niet te vieren. De plannen waren al gemaakt: een optocht door het dorp met de schoolkinderen, ’s middags kinderspelen opgeluisterd door muziek en ’s avonds een groot concert. Maar dit werd allemaal niet uitgevoerd.

Ons Genoegen onder leiding van dirigent Maarten BakkerEen vereniging had in die tijd een beschermheer, bij Ons Genoegen was dat de heer C. Haringhuizen. Deze beschermheer, meestal een man met invloed binnen de gemeenschap, zorgde ervoor dat er dingen geregeld werden voor de vereniging. Tevens probeerde hij voor de vereniging nieuwe financiële middelen aan te boren. Toen de heer Haringhuizen in 1914 door verhuizing zijn functie neer moest leggen werd hij opgevolgd door de burgemeester, de heer  J. Bennemeer.

In december 1918 bedankte de heer Bennemeer als burgemeester en ook als beschermheer.

Toen in juni 1919 de  nieuwe burgemeester, de heer G.J. de Goed,  arriveerde werd deze onthaald in het dorp met muziek. Hij kon toen bijna geen nee zeggen op de vraag of hij de nieuwe beschermheer wilde worden en aldus geschiedde.

Aan het einde van het seizoen van 1919 (juli/augustus) stopte de heer Bakker met dirigeren. De nieuwe directeur werd de heer Horst uit Hoorn, die ƒ 3,- per repetitie ontving. Omdat de heer Horst alleen de maandagavond vrij had, werd de repetitieavond verschoven naar die avond. De heer Bakker werd tot ere-directeur benoemd, omdat hij altijd een ijverige directeur was geweest en zich circa achttien jaar belangeloos voor de vereniging had ingezet. Verheugd over de komst van een nieuwe dirigent ging Ons Genoegen weer aan de gang, maar de zaken van de nieuwe directeur bleken al spoedig aan de duistere kant te zijn. In oktober 1920 werd een saxofoon aangeschaft voor ƒ 130,-. Directeur Horst had de koop geregeld. Het bestuur twijfelde echter of het een nieuw instrument was. Toen er geen factuur van de fabrikant kwam maar een handgeschreven nota, ondertekend door de heer Horst, werden de twijfels bevestigd en bedankte de heer Horst als directeur. De heer Keersemaker, die sinds 1915 de nieuwe leerlingen les gaf, nam tijdelijk het directeurschap op zich, totdat de heer Warmse uit Hoorn zich bereid verklaarde.