Reglement

Statuten - Huishoudelijk

Inhoudsopgave
Statuten
Huishoudelijk
Alle pagina's

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Artikel 1

Wie als werkend lid tot de vereniging wenst toe te treden meldt zich, al of niet door tussenkomst van de dirigent, aan bij de voorzitter, de secretaris of de penningmeester. Diegene die als lid toetreedt, ontvangt een exemplaar van de Statuten en het Huishoudelijk Reglement in bruikleen. Indien het lid minderjarig is, worden bovengenoemde bescheiden aan de ouders/verzorgers in bruikleen gegeven.

Artikel 2a

De werkende leden betalen een maandelijkse contributie welk bedrag jaarlijks door de algemene vergadering wordt vastgesteld. Leden die tevens les krijgen betalen naast contributie ook lesgeld. De contributie en het lesgeld moeten steeds vooraf worden betaald en in ieder geval wanneer de penningmeester of de tweede penningmeester hiertoe verzoekt. In geval van wanbetaling geeft de penningmeester hiervan kennis aan het bestuur. De vereniging kent twee contributie bedragen, namelijk voor leden tot zestien jaar en voor leden van zestien jaar en ouder.

Artikel 2b

Als van één gezin drie of meer leden tot lid van de vereniging zijn toegelaten, behoeft door dit gezin vanaf het derde lid slechts de halve contributie betaald te worden. Het jongste lid of de jongste leden betalen dan de helft. Deze korting geldt niet voor lesgeld.

Artikel 2c

1. Ieder lid dat zelf een muziekinstrument ter zijner beschikking heeft en dit instrument, met goedvinden van het bestuur (het moet kwalitatief en qua klank in het orkest passen), ten behoeve van de vereniging gebruikt, behoeft slechts de helft van de contributie te betalen.

2. Leden kunnen uit eigen middelen een instrument aankopen via de vereniging teneinde dit instrument ten behoeve van de vereniging te gebruiken. Als de vereniging op de aankoop van dit instrument subsidie heeft gehad, dat in mindering op de aankoopprijs voor het lid is gebracht dan zijn hieraan de volgende voorwaarden verbonden;

- Betreffende het gebruik gelden dezelfde voorwaarden als dat het een instrument in bruikleen betreft.

- Als een lid binnen 10 jaar na de aankoop bedankt als lid der vereniging of het instrument binnen deze termijn niet meer ten behoeve van de vereniging kan of wil laten gebruiken, dan dient per resterend jaar 10% van het gesubsidieerde bedrag aan de vereniging te worden betaald.

Artikel 2d

Indien een lid drie maanden ziek is en de ziekte daarna nog voortduurt, behoeft het lid vanaf dat moment slechts de helft van de contributie te betalen, mits de ziekte het bezoeken van de repetities verhindert. Het betreft de helft van het contributie bedrag, dat op dat moment op het lid van toepassing is. Dit artikel is niet van toepassing op lesgeld.

Artikel 2e

Conform het gestelde in de statuten artikel 5 lid 2 is de opzegtermijn vier weken. Desalniettemin blijft de betaling van contributie en lesgeld na de opzegtermijn verschuldigd tot het einde van een halfjaarlijkse periode, respectievelijk tot 1 januari of tot 1 juli (zie ook statuten artikel 6 lid 2). Leden die via de vereniging les krijgen van een opleidingsinstituut worden bovendien gehouden aan de betalingsverplichtingen die door dat instituut zijn bepaald.

Artikel 3

De leden zijn verplicht het door de vereniging in bruikleen verstrekte instrument goed te onderhouden en verlies, een defect of schade zo spoedig mogelijk bij het bestuur te melden. Het instrument dient gewoonlijk vervoerd te worden in de daarvoor bestemde koffer of foudraal.

Artikel 4

De leden zijn verplicht het door de vereniging in bruikleen verstrekte uniform goed te onderhouden en verlies van of schade aan het uniform of een gedeelte ervan zo spoedig mogelijk bij het bestuur of de kledingcommissie te melden.

Artikel 5 De leden zijn verplicht alle onderdelen van het uniform te voorzien van hun naam en die veranderingen aan het uniform aan te brengen of, eventueel via de kledingcommissie, aan te laten brengen, die door de kledingcommissie worden aangegeven.

Artikel 6

Bij beÎindiging van het lidmaatschap dient het uniform gestoomd en voorzien van het stomerij bewijs te worden ingeleverd.

Artikel 7

Ook de leden die uit eigen middelen het uniform geheel of gedeeltelijk hebben bekostigd, hebben aangaande het uniform gelijke rechten en plichten als de andere leden. Deze leden of hun nabestaanden kunnen na beÎindiging van het lidmaatschap dat geldbedrag van de vereniging vorderen dat gelijk gesteld kan worden aan de waarde van het uniform op dat moment of evenredig minder naar gelang hun aandeel in de aanschafkosten. Is bovenstaande het geval dan wordt de waarde van het uniform bepaald door de kledingcommissie in overleg met het dagelijks bestuur. Hierbij wordt uitgegaan van een lineaire afschrijving over tien jaar.

Artikel 8

De leden zijn verplicht zwarte schoenen, zwarte of donkerblauwe sokken (heren) en een overhemd of blouse in voorgeschreven kleur bij het uniform te dragen tenzij de kledingcommissie of het bestuur uitdrukkelijk anders heeft toegestaan. Van de leden wordt verwacht dat ze zelf voor de aanschaf van schoenen, sokken en overhemd of blouse zorgdragen.

Artikel 9

Het bestuur zorgt voor voldoende verzekering van het instrumentarium. Niettemin kan de vereniging een bijdrage van het betreffende lid vorderen in geval van schuld of grove nalatigheid indien een geval als omschreven in artikel 3 zich voordoet. Een lid dat conform het gestelde in artikel 2 een eigen instrument ten behoeve van de vereniging gebruikt, kan dit instrument via de vereniging verzekeren voor EURO 7,-- per jaar (prijspeil 2003).

Artikel 10

Indien een geval als omschreven in artikel 4 zich voordoet tengevolge van schuld of grove nalatigheid kan de vereniging een bijdrage van het betreffende lid vorderen.

Artikel 11

De benodigde muziek wordt de leden in bruikleen verstrekt, evenals door de dirigent aanbevolen studiemateriaal. De leden zijn verplicht muziek en studiemateriaal in goede staat te houden. Bij verlies of onbruikbaar geraken kan de vereniging de catalogus waarde van het desbetreffende lid vorderen.

Artikel 12

Het is de leden verboden eigendommen van de vereniging voor andere doeleinden dan ten behoeve van de vereniging zelf te gebruiken of te laten gebruiken zonder uitdrukkelijk toestemming van het bestuur.

Artikel 13

De bestuursleden treden periodiek af volgens onderstaand functierooster.

1e jaar: 1e voorzitter, 2e secretaris, lid

2e jaar: 1e secretaris, 2e penningmeester, lid

3e jaar: 1e penningmeester, 2e voorzitter, lid

Artikel 14

De voorzitter waakt in het bijzonder voor de belangen van de vereniging. Hij leidt alle vergaderingen en tekent de notulen daarvan, nadat deze door de volgende vergadering zijn goedgekeurd. Hij zorgt ervoor dat de statuten en het huishoudelijk reglement worden nageleefd en is verantwoordelijk voor de uitvoering van alle op de vergaderingen genomen besluiten. Hij tekent met de secretaris alle belangrijke uitgaande stukken.

Artikel 15

De secretaris is belast met het voeren van de correspondentie en ondertekent, in geval van belangrijke stukken met de voorzitter, alle uitgaande stukken. Hij stelt de notulen samen van alle vergaderingen en ondertekent die, maakt het jaarverslag op, beheert het archief van de vereniging en verricht verder alle werkzaamheden welke geacht kunnen worden tot zijn functie te behoren.

Artikel 16

De penningmeester ontvangt alle gelden en doet alle uitgaven. Hij stelt de jaarlijkse rekening en verantwoording en de jaarlijkse begroting samen en biedt die, met de nodige stukken en bescheiden, tijdig aan het bestuur aan. Hij beheert de geldmiddelen. De kasgelden belegt hij in overleg met de voorzitter, waarbij eerdere afspraken in acht moeten worden genomen. Hij mag niet meer contant geld dan noodzakelijk onder zijn berusting houden met een maximum van driehonderd Euro. Hij is verplicht aan ieder bestuurslid op diens verzoek inzage te geven van alle boeken en bescheiden en van de kas. Het bestuur kan de penningmeester, in geval het een of ander niet in orde wordt bevonden, schorsen totdat een algemene vergadering, welke binnen twee weken moet worden gehouden, uitspraak heeft gedaan.

Artikel 17

De voorzitter, secretaris en penningmeester worden door hun plaatsvervangers vervangen zo vaak hiertoe de noodzakelijkheid bestaat. De plaatsvervangend penningmeester neemt de boeken niet over dan nadat deze door de voorzitter en de secretaris zijn afgetekend.

Artikel 18

De bibliothecaris beheert de muziek. Hij legt daarvan een inventaris aan en houdt deze bij. De bibliothecaris behoeft geen bestuurslid te zijn.

Artikel 19 Het bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter of twee bestuursleden dit nodig achten.

Artikel 20

De algemene vergaderingen moeten tenminste acht dagen tevoren worden uitgeschreven door toezending van een convocatiebiljet aan alle leden. Hierop zijn tijd en plaats der vergadering alsmede de te behandelen punten vermeld. De notulen van de algemene vergadering worden de leden schriftelijk voorgelegd.

Artikel 21

De muzikale leiding berust bij een dirigent. Deze wordt aangesteld, geschorst enanders dan op eigen verzoek ontslagen door de algemene vergadering op voorstel van het bestuur. De dirigent kan zowel in loondienst bij de vereniging zijn als wel een tevoren afgesproken vergoeding ontvangen. De muzikale leiding wordt de dirigent voor onbepaalde tijd toevertrouwd en kan van weerszijden worden beëindigd met inachtneming van de geldende opzeggingstermijn.

Artikel 22

Het bestuur stelt een instructie voor de dirigent vast en deelt deze aan de dirigent mede. De instructie omvat onder meer dat de dirigent verantwoordelijk is voor de goede gang van zaken op muzikaal gebied en die artikelen omschreven in dit reglement die de dirigent aangaan.

Artikel 23

Er wordt normaal één vaste avond in de week gerepeteerd. Extra repetities worden gehouden wanneer het bestuur dit, op voorstel van de dirigent, nodig acht.

Artikel 24

De dirigent bepaalt welke partij ieder lid zal spelen. De leden zijn verplicht de aanwijzingen van de dirigent op te volgen.

Artikel 25 De dirigent bepaalt, in overleg met het bestuur en de muziekcommissie, welke muziekwerken worden aangeschaft. De muziekprogramma's worden door de dirigent en de muziekcommissie voorgesteld en in overleg met de leden vastgesteld.

Artikel 26

De dirigent wordt voor zover deze dit wenst met zijn werkzaamheden geholpen door een onderdirigent en indien nodig door deze vervangen. De onderdirigent moet lid van de vereniging zijn en krijgt alleen vergoeding wanneer hij/zij de dirigent vervangt. De hoogte der vergoeding wordt in onderling overleg bepaald.

Artikel 27

De dirigent, ere- en werkende leden hebben vrij toegang met één introducé tot de door de vereniging te organiseren donateurconcerten.

Artikel 28

Eventueel reisgeld naar door de vereniging te bezoeken evenementen zal voor de dirigent steeds uit de kas worden betaald. De leden betalen het reisgeld in het algemeen zelf.

Artikel 29

Leden die niet aan een optreden kunnen deelnemen zijn verplicht dit tijdig aan het bestuur te melden.

Artikel 30

Leden die door geldige redenen (zie ook artikel 2) tijdelijk niet aan hun verplichtingen tegenover de vereniging kunnen voldoen, kunnen op hun verzoek door het bestuur gedurende het betreffende tijdvak voor het nakomen van één of meer bepalingen in de statuten of het huishoudelijk reglement worden ontheven.

Artikel 31

Het bestuur kan zich laten bijstaan door commissies. De leden van een commissie worden op voorstel van het bestuur benoemd of, indien de commissie een bepaalde groep vertegenwoordigt, door de leden van deze groep gekozen.

Artikel 32

Alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet moeten op een algemene vergadering worden geregeld.

Artikel 33

Dit reglement treedt in werking op en is vastgesteld door de algemene vergadering van 29 maart 1979 en is laatstelijk gewijzigd door de algemene vergadering van 5 juni 2003.