Inleiding improviseren

Inhoudsopgave
Inleiding improviseren
De gealtereerde toonladder
Alle pagina's

Een inleiding tot improvisatie en akkoordenschema's

In dit artikel wil ik je wat meer inzicht geven in de funktie van een akkoordenschema, die als basis voor een improvisatie gebruikt wordt. Dus de basis theorie uitleggen die benodigd is voor een improvisatie. Een improvisatie is, zoals het woord meestal gebruikt wordt in de jazzmuziek, een vrije interpretatie van een een gegeven melodie op een akkoordenschema. Als leidraad word dan meestal de onderliggende harmonieën van het thema gebruikt. De akkoorden worden door de ritmesectie gespeeld. De harmonieën worden weergegeven in een akkoordenschema. Enige kennis van akkoorden met hun bijbehorende toonladders is dus wel een vereiste om enigszins comfortabel een improvisatie te spelen zonder foute (of raar klinkende) noten. Als je eenmaal de onderliggende theorie begrijpt is het goed die wat losser te interpreteren zodat het niet als een etude gaat klinken.

Kerktoonladders

De meesten zijn wel bekend met majeur en mineur toonladders. Als ik van een gewone C majeur toonladder uit ga dan is A mineur de parallelle mineur toonladder. Dit betekent als je de C majeur toonladder begint op de A, je automatisch de A mineur toonladder hebt. Zo kun je op elke toon van de majeur ladder beginnen; dit is namelijk het principe van kerktoonladders. De parallelle mineur heet dan Aeolisch. Ik heb hieronder alle 7 kerktoonladders opgeschreven met hun benamingen.

alle kerktoonladders
Alle kerktoonladders

Alle intervallen binnen een octaaf
Alle intervallen binnen een oktaaf

Een akkoord is een stapeling van tertsen (een interval van 3 tonen). Een drieklank bestaat uit een grondtoon (1), terts (3) en kwint (5). Dus een C akkoord bestaat uit C-E-G. Een C mineur akkoord heeft een kleine terts, dus C-Eb-G. Zo kun je ook vier- of vijfklanken maken. Dan stapel je er gewoon nog een terts bij op en krijg je een septiem erbij (daarna een 9,11 en een 13). Als je nu op elke noot van de C majeur toonladder 3 tertsen stapelt krijg je de volgende septiem akkoorden (speel ze eens op een piano) :

Een akkoordenreeks op C majeur
Een akkoordenreeks op C majeur

Deze akkoorden hebben allemaal een grondtoon, terts, kwint en septiem. Soms is het eerste interval dus een grote terts (Ie, IVe en Ve trap) en soms een kleine terts (IIe, IIIe en VIe trap). Daarnaast zit er ook nog verschil in het septiem interval. Bij de Ie en IVe trap is het een groot septiem en bij de overige akkoorden een klein septiem. Het verschil in notatie is dat men akkoorden met een majeur septiem noteert met "ma", of "maj", of "ma7" en soms met een driehoekje erachter. Bij de Ve trap staat meestal een 7,9 of 13 erachter, dus zonder de toevoeging "ma". Zie het voorbeeld hierboven en hieronder.

Voorbeelden van notatie van een C majeur akkoord : Cma, Cmaj, Cma7, Cmaj7, C∆, C∆7
Voorbeelden van notatie van een C mineur akkoord : Cm, Cmi, Cm7, Cmi7, soms ook als C-7
Voorbeelden van notatie van een C7 akkoord : C7, C9, C13 of C7(b9), C7(b13) etc.
Voorbeelden van notatie van een half verminderd akkoord : Cmi7(b5), Cmi7(-5) of Cø

De II - V - I

Naast de Ie trap die we de tonica noemen is de Ve trap het belangrijkst. De Ve trap noemen we een dominant. De dominant graag oplossen naar de tonica. Dit komt door de zogenaamde leidtonen van de dominant. De septiem in de dominant (dus de F) wil naar de terts oplossen van de tonica (de E). De terts van de dominant (B) wil naar de grondtoon van de tonica (C) of gaat naar de majeur septiem van de tonica (B) als de tonica een majeur septiem heeft. Zie onderstaand voorbeeld:

De II-V-I in majeur
De II-V-I in majeur

Om dit patroon (V7 --> I of G7 --> Cma) nog iets interessanter te maken wordt er een vaak nog een akkoord voor de V7 (G7) gezet. Als je nu de G7 als een I ziet en daar ook een V7 voorzet krijg je dus de volgende akkoordensequens D7-G7-Cma. De D7 is dan in dit voorbeeld de subdominant. Een subdominant is dus een dominant voor een dominant, de (echte) dominant gaat meestal naar de tonica.

Misschien denk je "waar komt die D7 nu vandaan in C?" Je moet gewoon steeds uitgaan van het akkoord waar je naar toe gaat. Die zie je tijdelijk als de tonica (of Ie trap) en daar zet je gewoon een Ve trap (dominant) voor, dus de Ve trap uit de toonsoort van de nieuwe tonica. Maar in onze Cmajeur toonladder zit geen D7. Deze D7 word dan ook vaak vervangen door Dmi7, die zit wel in de Cmajeur akkoordenreeks. Je krijgt dan het volgende patroon II-V-I of Dmi7-G7-Cma.

De link met de kerktoonladders is dan dat je op Dmi7 de C-dorische ladder speelt, op G7 de C-mixolydische en op Cma de C-Ionische toonladder (C majeur dus).

Om het nu nog iets ingewikkelder te maken kan je voor deze II-V-I nog een (II-V) zetten (of meerdere). Omdat de nieuwe (II-V) naar mineur gaat halen we de akkoorden uit een mineur akkoordenreeks. Daarbij wordt van een majeur septiem op de I uitgegaan, anders krijg je dezelfde akkoorden als bij de majeur reeks!

Als je nu naar de onderstaande reeks kijkt zie je dat de II geen mineur akkoord is maar een half verminderd d.wz. de kwint is verlaagd, net zo als de VIIe trap in de bovenstaande majeur reeks. De Ve trap is een gewone dominant, maar als je er nog een 9 op zou zetten, dan is de 9 meestal verlaagd. In dit voorbeeld is de b9 een F namelijk. De dominant is dan meestal in mineur een V7(b9) akkoord.

De II-V-I in mineur
De II-V-I in mineur

Als je nu een (II-V) - (II-V) - I maakt kom je op de bovenstaande akkoordenschema uit. Bij de 1e (II-V) ga je dus uit van de A mineur reeks, bij de 2e II-V ga je dus uit van de G majeur reeks. Je richt je dus altijd op het akkoord waar je naar toe gaat, die wordt dan tijdelijk als een Ie trap gezien. De half verminderd wordt vaak ook gewoon als mineur gebruikt, dus in dit voorbeeld zou dat dan (Bmi7-E7) - (Ami7-D7) - Gma.

De blues

Een standaard (jazz) blues in C
Een standaard (jazz) blues in C

Zoals je nu zou kunnen weten is een V7 akkoord dus de dominant voor het daarop volgende akkoord. Dus de C7 is de dominant voor F7. Dat betekent dat je daar dus de F-mixolydisch op kunt spelen (dus F majeur die op een C begint). Op F7 speel je dus Bb-mixolydisch (2 mollen dus), hij gaat alleen niet naar Bb in dit geval maar terug naar C7. De A7 is een V7 naar Dmi7, hier kun je dus D-mixolydisch op spelen. De Dmi7-G7 heb ik al uit gelegd, dat is een II-V-I op C. De laatste 2 maten is een zogenaamde turnaround, een omweggetje van dominanten om weer op de C7 (Ie trap) uit te komen. Hieronder de toonladders per akkoord:

De toonladders per akkoord in een blues
De toonladders per akkoord in een blues

De 1e improvisatie

Nu is dus zaak met deze theoretische kennis improvisatie te maken die niet klinkt alsof je toonladders of drieklanken zit te spelen. Een goede improvisatie is eigenlijk niets anders dan dat je een nieuwe melodie maakt op het gegeven akkoordenschema. Voordat de componist de melodie opschreef improviseerde hij namelijk ook om uiteindelijk op het thema uit te komen. Begin simpel door als oefening eerst de akkoorden gebroken te spelen. Zo leer je de klanken van de akkooorden een beetje kennen. Dus misschien zoiets als volgend voorbeeld:

Een voorbeeld van een eenvoudige improvisatie op een C blues
Een voorbeeld van een eenvoudige improvisatie op een C blues

Bouw dit steeds verder uit totdat het niet meer zo schools klinkt naar gebroken akkoorden of toonladders. Denk er altijd aan om melodieën te maken, of patronen. Dus denk niet alleen vertikaal in 1 akkoord per maat maar horizontaal. Waar gaat het akkoord naar toe (V7--> I). Zo krijg je vloeiende lijnen die veel interessanter klinken. Kijk ook goed naar de bestaande melodie en maak een variatie daarop die je ook steeds verder uit kunt bouwen.

De blues toonladder

Dan heb je nog een veel gebruikte toonladder die men de bluestoonladder noemt. Ik zie deze toonladder meer als een soort kleuring van de melodieën die je speelt. Hij wordt namelijk niet alleen in een blues gespeeld in alle variaties, maar je kunt hem in al je solo's op elk stuk gebruiken, in de goede toonsoort natuurlijk. Het is meer een smaakkwestie wanneer je deze toonladder of een gedeelte daarvan gebruikt. De Eb,F# en Bb noemen we "blue notes". Het zijn eigenlijk verlagingen van de bestaande noten uit de majeur toonladder. Ze zijn wel ontstaan in de bluesmuziek rond 1900.

De bluestoonladder op C
De bluestoonladder op C

Ik hoop dat dit verhaal je einig inzicht geeft in een akkoordenschema en hoe je het toepast in een improvisatie. Om meer feeling met de muziek te krijgen is het goed om veel solo's te beluisteren en eventueel uit te schrijven. Op mijn oefeningen en transcripties pagina's is ook genoeg oefenmateriaal te vinden, maar het is veel beter om het zelf uit te zoeken. Let daarbij ook op de timing en frasering en hoe de improvisatie past op de akkoorden. Probeer eerst simpele lijnen te vinden op een akkoord en pas die toe (getransponeerd) op de andere akkoorden. Zoek naar langere (eenvoudige) lijnen over meerdere maten. Zo bouw je langzaam je improvisatiegevoel uit.

Het verhaal tot nu toe houdt je wel even bezig als je nog geen ervaring hebt met improviseren, en geeft je een basis voor een improvisatie. Als je dit goed begrijpt en toe kunt passen dan zou ik pas verder gaan met het vervolg. Hier ga ik wat verder in op wat interessantere akkoorden die veel gebruikt worden in de jazzmuziek.



Laatst aangepast op maandag 29 juni 2009 17:04